ZIjn verhalen het hoofdingrediënt van betekenisgeving?
Waarom ja en nee beiden waar zijn en het antwoord toch nee is.Verhalen is het verkeerde woord
De woorden verhalen en betekenisgeving uit de titel van deze blog zijn Nederlandse vertalingen van de Engelse woorden story en sensemaking. Daar begint al een deel van het probleem. Eigenlijk zou het niet over verhalen moeten gaan, maar over narratieven. Vertellende informatie. Denk aan wat mensen tegen je vertellen. Of een foto. Een stukje video. Of een tekening. Dat zijn narratieven. Het Nederlandse woord verhalen doet veel mensen toch denken aan voorlezen, minder serieuze zaken, geruchten, enzovoort.
Anderzijds is het woord narratief / narratieven de laatste jaren ook flink in de problemen geraakt. Zodra mensen in talkshows beginnen te zeggen “wat is hier het narratief” dan weet je als narratief vakman dat je een probleem hebt. Zonder er een lang verhaal van te maken. Er zijn eigenlijk twee soorten (met dank aan Shawn Callahan van Anecdote):
- Grote narratieven zijn films, boeken, documentaires, krantenartikelen, nieuwsuitzendingen waarvan de inhoud gepolijst is. Er is veel aandacht gegeven aan de vorm, het beeld, de verhaallijn door mensen die daarvoor betaald worden.
- Kleine narratieven zijn wat mensen elkaar vertellen op straat, bij de koffie, via email, met een schets of video uit de hand. De inhoud daarvan is vaak ruw, rauw. Het is zoals het is, gemaakt door collega’s, medewerkers, inwoners, patiënten, klanten die dat uit eigen beweging of als onderdeel van hun werk doen.
Hetzelfde kun je doortrekken naar betekenisgeving. Dat is niet de gepolijste duiding van een journalist in een talkshow, maar het schijnbaar en soms ook echt rommelige proces waarin een persoon of groep bezig is om als die – vaak tegenstrijdige en incomplete – input en signalen te doorgronden en te besluiten iets of niets te gaan doen.
Narratieven delen uiteindelijk niet het belangrijkste
Wie 4vitae al lange tijd volgt weet dat bij ons warme data centraal staat. Warme data is de combinatie van:
- Narratieve data – teksten, geluidsopnamen, videos, tekeningen
- Duidingsdata – data die ontstaat als mensen ervaringen onderzoeken
Zulke data ontstaat overal waar mensen bij elkaar komen. In ieder gewoon gesprek. De term warme data (warmdata) is echter bedacht door Nora Bateson die daarmee aangeeft dat het de data is die tussen mensen er is of ontstaat als ze elkaar ontmoeten. Zij en haar volgers organiseren zogenaamde warmdata labs om dat tastbaar te maken. Het idee daarvan is dat de narratieven die mensen met elkaar delen het medium zijn voor verandering. Kort gezegd: narratieven delen = betekenisgeving.
Doe betekenisgeving niet tekort
Mensen, iedereen van ons, doen continu aan betekenisgeving. De hele dag. We zien een auto van rechts komen en stoppen. We krijgen een email binnen en handelen (of niet). Die manier van betekenisgeving gebeurt ook tijdens vergaderingen en warmdata labs. Maar er zijn meer vormen:
- Als je mensen vraagt om ergens iets over te vertellen of iets delen, doen ze betekenisgeving van hun eerdere ervaringen. “Over welke patiënt zal ik eens vertellen” bijvoorbeeld.
- Als mensen dan vertellen (of schrijven of tekenen of ….) dan zijn ze continu betekenis aan het maken. Ze maken het narratief tijdens het vertellen én ze letten in fysieke bijeenkomsten op hun “publiek”. Ze vertellen normaliter geen verhaal wat vooraf bedacht is. Het is geen uitvoering. Het is niet gepolijst. Het is ruw. En als dat niet zo is, zit je bij een cabaretier, dominee, film, toneelstuk of naar die talkshow te kijken.
- Als je mensen vragen stelt over wat ze vertelt hebben, of over de impact van de gebeurtenissen, of over de context (aanleiding, omgeving, enzovoort) of over hun eigen perspectief, dan doen ze ook aan betekenisgeving, ook wel duiden genoemd.
- Die duidingsdata is handig. Die kun je aggregeren, met elkaar combineren, vergelijken, enzovoort. Op die manier kun je – in tegenstelling tot gewone kwantitatieve data –